4 november 2022 – Cairo, Egypte

24 uur in Egypte

De reis begint lekker saai: ik moet bij aankomst op Schiphol weliswaar een wachtrij van drie kwartier bij de check-in balie verduren, maar van de alom gevreesde personeelstekorten bij de bagagecontrole merk ik weinig: geen wachtrij. Als ik het scanapparaat in stap wordt ik wel geconfronteerd met wat ik alleen kan beschrijven als een voormalige toiletjuffrouw van in de vijftig met een gewicht van minimaal het dubbele. Als ze me in onvervalst Haags accent vraagt om vooral wijdbeens te gaan staan en me handen omhoog te doen dan durf ik geen grappig weerwoord te geven en doe netjes wat ze zegt. Beelden van een grondige fouillering spoken al door mijn hoofd.

In het vliegtuig zit ik tussen een Egyptisch uitziende gesluierde dame met perfect Amerikaans accent en een oudere bewandelstokte Egyptische gentleman uit London die een maand op bezoek gaat bij zijn zoon en kleinkinderen. Hun beider heupomvang en kleine stoelbreedte zorgt ervoor dat een gesprek net wat ongemakkelijk dichtbij is en we kiezen voor een zwijgvlucht. De maaltijd verrast me: de kip met rijst is goed te eten. Achteraf gezien had ik toen moeten beseffen dat ik dit voorteken niet had moeten negeren: het was een signaal van naderend onheil.

De piloot plempt het vliegtuig vakkundig in Cairo op het affalt waarnaar het grootste deel van de passagiers een kwartier langs als soort orang-utans over de stoelen hangen omdat ze niet even kunnen wachten met opstaan tot de deur ook echt open gaat. Een soort cross-cultureel fenomeen.

De rij bij de douane is lang: ik doe bijna een uur mee met de zombie-shuffle voordat ik mag opkomen. De besnorde douanier kijkt me alleen vanuit zijn ooghoeken aan terwijl hij mijn paspoort uit mijn handen grist. Hij tikt wat op zijn toetsenbord en houdt mijn paspoort weer omhoog zonder mij een blik waardig te gunnen. Wacht even denk ik, dat gaat zomaar niet! Ik wapper met mijn mobiel en probeer de visumgegevens die op mijn iphone staan onder zijn neus te duwen.

‘Hey ongeïnteresseerde pannenkoek’, denk ik, ‘ik heb dit ding pas na vier keer aanvragen gekregen, dan kan je er toch minstens even naar kijken!’ De douanier wuift mijn mobiel weg alsof het een irritante vlieg en niet het product van urenlange worstelingen met het Egyptische digitale aanvraagformulier. En ja, ik weet het, dit soort dingen overkomt juist mij, want ik doe de dingen altijd net even iets anders als ‘normale’ personen.

Eenmaal bij de bagageband komt er een vloed van koffers voorbij, maar mijn felgele gevaarte zie ik er nog niet tussen. Ik gebruik de tijd om wat Egyptische ponden uit de ATM te trekken en al gauw bulkt mijn portemonnee met een ferme stapel kreukelige bruin-groene briefjes die me moeten helpen de eerste twee dagen door te komen. Ik zie een aantal van mijn reisgenoten hun spullen van de band afhalen, inclusief de jongen die voor me stond bij het inchecken in Schiphol. Onze bagage zou logischerwijs toch dicht bij elkaar moeten liggen. Je voelt hem al aankomen zeker?

Terwijl de tijd verstrijkt beginnen zowel de passagiers als de bagage op de band steeds meer uit te dunnen. Maar helaas: nog niks voor mij. Ik triple-check het bord: ‘AMS: finished at 21:41’ staat er. Daaronder staat de volgende aankomst uit Dublin al. Mijn smartwatch geeft 21:42 aan. Ook rolt al enige tijd geen nieuwe bagage meer de band op. Ik vermoed dat er ergens iets niet goed is gegaan.

‘Gewoon nog ff iets meer geduld Phil’, zeg ik tegen mezelf, ‘pas alarm slaan als het ook duidelijk is dat hij echt niet komt’. Het is niet de eerste keer dat mijn bagage als laatste de band oprolt. Achter de bagageband staat een stand met een groot rood Vodafone logo, en ik heb nog een simcard nodig. In de rij staand hou ik netjes zicht op de bagageband. Twintig minuten later heb ik wel een simcard maar niet mijn flight bag.

Omdat de band inmiddels helemaal leeg is, maak ik nog twee rondjes door de airport om alle plekken waar bagage opgestapeld is te controleren en echt zeker te weten dat een goedbedoelende medewerker het niet ergens heeft weggezet, maar het mag niet baten. Tsja. Shit. Bagage kwijt.

Ik heb geen onvervangbare dingen in de bagage gedaan, maar ik zie op tegen het geregel. Ik wilde met deze trip juist even ontsnappen van al dagelijkse geregel. Voel me niet gestressed, maar wel vermoeid. De luchtvaarmaatschappij die je bagage kwijtraakt, dat typisch zo’n ding waar je helemaal geen invloed op hebt, en over dat soort dingen zorgen maken heb ik door de jaren heen grotendeels afgeleerd.

Mijn eerste verre reis (Chili) daar was ik veel minder chill. Toen op de eerste dag mijn contactlenshouder (zonder inhoud) door een handige zakkenroller uit mijn rugzak werd gevist, schoot ik behoorlijk in de stress. Voornamelijk omdat ik geen idee had waar ik moest zijn om nieuwe te kopen en hoe een contactlenshouder heette in het Spaans (ja, vertaal-apps en smartphones bestonden toen nog niet). Kan ik me nu niet veel meer bij voorstellen

Ik neem een diepe teug adem: gelijk maar beginnen met de boel te regelen. Ik ga in de rij staan bij de Lost & Found office. Hmmmm… een rij. Dat is ook geen goed teken. Als ik aan de beurt ben begint een kalende Egyptische veertiger mij met monotone en gelaten stem vragen te stellen: welke vlucht, hoe ziet de bagage er uit, geef me je paspoort, waar verblijf je? Alsof hij jarenlang dezelfde vragen iedere dag opnieuw moet stellen. En alsof hij bij iedere geval van bagage-incompetentie van EgyptAir zich aan zijn hoofd heeft gekrabt en daardoor nu bijna geen haar meer op zijn hoofd heeft..

Op het moment dat hij mijn verblijfplaats vraagt haal ik mijn schouders op en gooi mijn handen in de lucht. Ik weet waar ik vannacht ben, maar de dagen hierna zijn ongepland. Hij reageert wat verbaasd, maar we komen er samen uit door de bagage gewoon hier op de airport te houden in plaats van mij na te sturen. Zou me ook verbazen dat ze het niet een vliegtuigruim uit kunnen krijgen maar dan wel succesvol met een cameel door de woestijn zouden sturen. “Hoe lang duurt het meestal voordat het gevonden is?” vraag ik. Meestal een week, zegt hij met enigszins optimistische toon. Ok, soms langer dus.

Nadat alle formaliteiten compleet zijn is het hoog tijd om mijn hostel te vinden. Voor mij is het traditie om geen taxi te nemen, maar me gelijk onder te dompelen in het plaatselijke openbare vervoer. En met alleen handbagage zou dit makkelijker dan ooit moeten zijn! Een handvol niet al te opdringerige taxichauffeurs proberen me vooral hun taxi in te wijzen in plaats van de weg naar de bus, maar uiteindelijk zie ik een airport shuttle langskomen en stap ik in. Die dropt ons tien minuten later op een donker parkeerterrein waar aftandse blauwe bussen stinkende uitlaatgas de nacht in ronken om de minder gefortuneerde populatie van Cairo te vervoeren.

Bij gebrek aan Engels-sprekende personen maak ik met wat handen- en voetenwerk de chauffeur duidelijk dat ik naar ‘downtown’ moet en hij wuift me zijn bus in. Nauwelijks een kwartier later gooit hij me alweer de bus uit. Samen met twee andere mannen sta ik ineens aan de rand van een snelwegknooppunt. De andere mannen hoofschudden meewarig als ik uitleg dat ik een bus wil nemen naar downtown. ‘Taxi better’.

Ik bekijk de snelweg enkele minuten, maar ik zie geen taxi’s voorbij komen en maak de mannen duidelijk dat ik echt de bus wil proberen. Ze wijzen me naar de andere kant van de snelweg en maken een mooie boog met hun handen om aan te geven dat ik het viaduct op moet? WTF? Daar zijn de bussen naar het centrum blijkbaar.

Boem, daar ga ik, zo in het donker een vijfbaans snelweg over. De spits is weliswaar voorbij, dus het is niet echt een soort leven-of-dood spelletje, maar is heel wat anders als de snelheid via je achteruitkijkspiegel inschatten. Wel fijn dat gewoon de claxons stil blijven.Als Egyptenaren zien dat je het gaat halen, gaan je ze niet extra aan het schrikken maken.

De overzijde van het knooppunt schiet helaas ook niet op: wel een stuk stoep, maar nog steeds geen handige stopplekken en ook geen bussen of taxi’s te zien. Ik loop door langs de hoge muren van de enorme Military Academy en ik zie op Google Maps dat wel de goede richting op ga, maar zie niemand die me op kan pikken. Na twee van de zeventien kilometer naar het hostel afgelegd te hebben vindt ik het mooi genoeg geweest. het is immers al middernacht geweest. Een paar keuzes op de taxi-app later komt Mohammed langsrijden. Vriendelijk kerel, komt oprecht over en al snel zitten we gezellig te praten over zijn familie.

Hij geeft mij zijn telefoonnummer terwijl ik uitstap bij het hostel. Althans, het gebouw waar het hostel in zit. Want er prijkt een bordje naast te deur: Dahab Hostel, 7th floor. Dit stond duidelijk niet in de boekingsapp. Ik loop een grote hal binnen die uitmondt in een massieve marmeren wenteltrap met in het midden een lift in Victoriaanse stijl. Een ijzeren kooi, massieve roestige kettingen met contragewichten en daar binnen een schattig klein houten liftje met schattige klapdeurtjes, kunstig houtsnijwerk en gekleurde glazen ramen.

Een grijze gebogen man in stoffig half-uniform die doorgaat voor liftwacht begint gelijk verwensingen te mompelen terwijl ik de lift bestudeer. Nou ja, misschien is ie niet voor hostelbezoekers? Ik heb toch weinig bagage: dus stairs-it-is. Hoeft de man ook niet uit zijn leunstoel op te staan. Hij houdt gelukkig ook meteen op met mompelen zodra ik de eerste tree genomen heb.

Hijg, puf, Dahab Hostel, eindelijk! Op het dakterras van het statige pand is een ring van kleine kamers gebouwd. De trap komt uit bij een check-in balie en gezamenlijke zitplek. Een joviale bebrilde Egyptische student heet mij welkom en brengt mij naar mijn kamer die uit weinig meer bestaat dan een bed, een raam zonder gordijnen en een klein tafeltje. Perfect! Kamers zijn alleen om te slapen, toch? Ik neem de sleutel in ontvangst en haast me naar beneden voor een verse geperste jus-d’orange en een broodje met hete kip bij twee straatstalletjes die gelukkig tot ver na middernacht open zijn. Daar zit ik dan, bevrijd van alle materieele zorgen. En hopend dat het broodje niet voor spijsverteringsproblemen zorgt. Want mijn ondergoed zal nog even iets langer mee moeten gaan. En…… ik mag zonder tanden poetsen naar bed!

De volgende ochtend formuleer ik een strijdplan: eerst t-shirts, ondergoed, douchegel en tandpasta. Daarna durven mensen me hopelijk weer zonder neusknijpen te benaderen. Als ik dat heb, dan heb ik vast een brunch verdient en kan ik daarna op zoek naar de tweede levensbehoeftes: opladers voor mijn mobiel, Macbook en Nikon. Ik vrees dat de laatste twee lastig gaan worden, maar wachten tot de woestijn is zeker geen optie. Als dat allemaal lukt komen de bonusartikelen (shit, toch mijn bonuskaart mee moeten nemen): sokken, een extra lange broek, een handdoek, een paar sneakers, en ook nuttig: een nieuwe tas om de spullen mee te zeulen.

Ik sta bovenaan het trappenhuis. De lift is boven. De liftwacht is beneden. Ik stap maar gewoon in, doe de deur dicht en druk op het knopje. Ratelend en rammelend, maar redelijke stabiliteit, sputtert de lift naar beneden. Als ik er uit stap, zit de liftwacht er nog steeds. Hoeveel uur zit hij hier per dag? Ik knik naar hem maar hij geeft geen kik. Eenmaal buiten wordt ik begroet door rustige, eigenlijk bijna stille straten. Hier en daar wandelen een paar verdwaalde mensen. Geen enkele auto is er te zien. Dit is toch Downtown Cairo, de stad met een live botsautocircuit door de hele stad? Elf miljoen mensen die snel ergens heen willen en het niet zo nauw nemen met de verkeersregels. Dat zorgt wel voor wat toeter en botsplezier.

Rijen gesloten rolluiken flankeren de straten en de meeste winkels lijken dicht. Het is natuurlijk vrijdagochtend: het weekend van de Caireners is net begonnen. In feite is hun vrijdag onze zondag, hun zaterdag is ook onze zaterdag, en hun zondag is onze maandag. Als het gaat om openingstijden van winkels in ieder geval. Volg je het nog?

Zodra ik een kledingwinkel spot val ik gelijk binnen met een vriendelijk knikje naar een bejaarde bewaker met rood stervormige litteken op zijn voorhoofd. Klinkt imponerenerd als hij was hoor! Ik ben de enige shopper en het personeel laat me heerlijk mijn ding doen. Het wordt me snel duidelijk dat ik voor t-shirts hier niet hoef te komen: op alle verdiepingen heeft de kleding uitsluitend lange mouwen. Even denk ik boxers gevonden te hebben, alleen als de winkeldame hem uit het pakje blijkt het een pyamabroek te zijn! Pyamabroeken zijn hip in Egypte: een vet brand-logo boven je kruis, paar glitterletters daaronder en lekkere lange pijpen. Hele shops hangen vol met setjes. Nou nee, doe mij maar niet, is al warm genoeg.

Een long-sleeve shirt, een paar overhemden en een pullover voor de koude woestijnnacht rijker loop ik tevreden de shop uit. Dress like an Egyptian. Tandpasta en shampoo blijkt wat lastiger. Behulpzame Egyptenaren en Google Maps leidden me van de ene gesloten pharmacy naar de andere. Na een uur zoeken vindt ik eindelijk eentje die open is. Ik wordt met ferme hand teruggewezen als ik uit enthousiasme achter de balie terecht kom op zoek naar tandpasta. De baliedame probeert mij zelfs nog vitaminen te verkopen Zo brak zie ik er toch niet uit? Dan wijst ze op een foldertje waar ‘White Friday’ op prijkt. Aha, aanbiedingen. Ik doe mijn “La’Shokran’ ritueel, maar ze staat er op dat ik in ieder geval de folder meenemen. Het ontbreekt me aan Arabisch en sociale overtuigingskracht om deze contributie aan mijn ecologische footprint te ontgaan. 

Een paar winkels later: boxer shorts! Tussen alle langpijpige kruisbeschermers toch een paar normale shorts. Ik ga nu wel stoppen met die mannenkleding: alle open zaken die ik tegenkom staan de etalages vol met driedelige pakken en als ik naar een t-shirt vraag hoofschudden de medewerkers meewaring en zeggen ‘outt of season’. Het is inmiddels maar 26 graden hier overdag en de Cairenen moeten al rillen bij de gedachte aan een t-shirt bij zulke lagen temperaturen: velen hebben een sweater of zelfs jas aan buiten. Stelletje koukleumen.

In ben ondertussen terecht gekomen in een buurt waar het stikt van de fotozaken, dus even later loop ik ook een zaak uit met een echte Nikon oplader. Weliswaar werkt hij alleen met mijn oude accu, maar lijkt me goed genoeg voor nu.

Buiten zie ik her en der mannen groene tapijten over de stoep uitrollen en er vervolgens op plaatsnamen. Ze signaleren het einde van mijn winkelplezier. Het is immers al weer half twaalf s’ochtends en dus hoog tijd voor een paar buigingen richting Mekka. Wat nu? Brunch? Terwijl de Koranverzen uit de luidsprekers schallen besef ik dat mijn toch al geringe kans op een geopend cafe te vinden nog verder zijn gedaald. Het lukt me om twee verse maar droge broodjes te regelen bij een fietsbezorgdende bakker, dat tempert gelukkig de trek.

Zigzaggend keer ik terug naar het hotel voor een plaspauze en drop mijn buit op mijn kamer. Omdat er nog aardig wat op mijn lijstje staat loop ik na het middaggebed het befaamde Tahrir Square op en van daaruit weer nieuwe winkelstraten in. Belangrijkste is nu een USB charger zodat mijn mobiel het niet begeeft. Google Maps is echt goud waard in dit soort situaties. De straat zit vol elektronicawinkels, waarvan de meeste curieus genoeg bewakingsinstallaties verkopen.

De USB charger is in ieder geval zo gekocht, en wanneer mijn ogen een Apple logo ontwaren op de ruiten van de derde winkel aan de overkant denk ik: hebbes! Met wat gebaren die in elke andere context onkuis zijn weet ik ze duidelijk te maken dat ik een oplader wil. Ik haal mijn Macbook uit mijn rugzak om het model te tonen, en na een hoop ge-oeh en ge-aah terwijl ze mijn Macbook drie keer omkeren wordt wordt de jongste medewerker weggestuurd.

Die gaat natuurlijk alle winkels in de buurt ff langs, koopt een oplader en dan leggen deze gasten er 20% bovenop. Prima hoor. Alleen dan wil mijn gasthaar graag dat ik even meeloop naar achter. Een gordijn gaat voorbij en niet alleen wordt zijn theeplekje zichtbaar, maar een waar parfum emporium is ingericht achter in de shop. Mijn Apple-boy heeft een dubbele identiteit: hij is ook nog parfum-pusher!

Hij begint met een obligaat verhaal over zijn grootouders die in de Fayum als sinds mensenheugenis allemaal planten handmatig uit de klei trekken en verpulveren tot parfum extracten. Extracten die zo krachtig zijn dat je maar enkele druppels nodig hebt. Ik nip ondertussen beleefd aan mijn thee. Ik had hem verteld dat ik al eerder in Egypte was geweest, dus hij moet beseffen het plot van zijn verhaal voorspelbaarder is dan de Fast & the Furious X. Gelukkig was zijn thee prima te drinken.

Omdat ik niet reageer op zijn unieke familiehistorie en ook de parfumruikproeven vriendelijk afwimpel, speelt hij zijn laatste troefkaart: “maybe it is not for you, but it is a good present for your mother, your sister, your girlfriend or your wife”. Ik vertel hem dat geen van deze figuren op dit moment in mijn leven zijn. Daar had hij geen antwoord op en veranderde hij weer terug in een normale electronica-medewerker. Samen wachten we nog 10 minuten en dan komt de runner terug met de boodschap dat nergens oplader te krijgen is. Of ik morgen terug kan komen als er meer winkels open zijn.

Tot mijn verheuging kom ik drie gebouwen verder het eerste open cafe-restaurant van die dag tegen. Italiaanse, geen Egyptisch, maar blij om eindelijk ergens kunnen zitten voor die al maar later wordende brunch. Ik krijg de kaart, maar als ik even later opsta om het wifi wachtwoord aan het personeel te vragen, kijken ze me aan met een blik van ‘wat kom jij nou doen’ en wijzen ze me vriendelijk doch beslist terug naar mijn plek. Niet zo maar rond gaan banjeren, dat zijn toch geen manieren! Ik hoor gewoon vanaf mijn plek het personeel te signaleren en dan komen ze gewoon bij me langs om het wachtwoord voor mij in te tikken.

De pasta smaakte net zo correct als de bediening: niet zo spannend qua smaak dus. Maar mijn maag is behoorlijk blij met dit verlate ontbijt. Met enige verbazing zie ik dat het donker begint te worden buiten. Onweer? Zandstorm? Neehoor, het was al weer 4 uur s’middag en zonsondergang is om 17:00. Zo gaan die dagen wel snel!

Na eerder terecht gewezen te zijn durf ik natuurlijk niet op te staan om de rekening te vragen. Ik hou mijn linkerhand plat en doe alsof ik een pen vasthou met mijn rechterhand en maak een sierlijk golvende beweging. Universeel voor de rekening toch? Helaas, de kelner mij aan alsof ik niet helemaal goed bij mijn hoofd ben en haalt zijn schouders. Gelukkig, dat werkt dan wel hetzelfde!  Ik herhaal mijn beweging iets langzamer, maar hij blijft me vragend aankijken en komt dan aanlopen om de boel op te helderen. 

Oke, in Egypte werkt het anders dus. Hij doet het voor: je moet je linkerhand plat houden, handpalm naar onderen en dan met je andere hand vlak en verticaal houden en een paar keer hameren op je linkerhand. Afrekenen ‘guillotine-style’ zeg maar. Weer wat nieuws geleerd.

Met de komst van de duisternis koelt het af naar een graad of 22 en komen de shoppers uit alle hoeken en gaten tevoorschijn. Waar het centrum van Cairo eerst een kleding-woestijn was, zijn de winkeleigenaars nu bijna met elkaar aan het vechten om je bij hun winkel naar binnen te krijgen. Kortom: ik was was gewoon een beetje dom om vrijdagochtend vroeg al proberen te winkelen.

Met de plotselinge keuze uit honderden winkels weet ik zelfs een aantal t-shorts te vinden. En-passant koop ik nog een zwembroek en een paar sneakers. Mijn inkooplijstje is nog incompleet, maar de verleidingen van het Caireense avondleven zijn zo groot (en mijn tassen zo zwaar) dat ik verdere inkopen uitstel tot morgen.

Massa’s toeterende auto’s en mensenstromen die zich er aan alle kanten tussen de vehikels door wurmen: zo ken ik Cairo weer een beetje terug. Bij algemeen gebrek aan alcohol is het hoogtepunt van het nachtleven hier ijsjes eten. Voor vele van ijscowinkels is het een gekkenhuis van dringende mensen, alsof er een popconcert begint. Ik heb het idee dat iedere vierde persoon die ik tegenkom een of andere mierzoet versnapering in de handen houdt.

Voor het diner stop ik bij de vuurtoren van ‘Gad’, een populair Arabisch comfort-food restaurant. Ik sta even later druk vingerwijzend bij de kassa: want het is hier eerst bonnetjes halen en dan het inleveren bij het juiste keukenblok. Pizza. kip, shawarma, ze hebben allemaal hun eigen keuken en counter. Ik wijs naar de shawarma-torens buiten en kijk hongerig, dat is voldoende om een juist bonnetje in mijn handen gedrukt te krijgen. Ik wissel hem in bij de shawarma man en zie dan een trap naar boven en denk: lekker even zitten. Maar een non-geuniformeerde Egyptenaar houdt mij tegen. “Full” zegt ie, en wijst over mijn schouder. Als ik me omdraai zie ik warempel een hele rij behoeftige Egyptenaren met eten in hun knuistjes geklemd  te wachten totdat ze naar boven mogen. Oeps, bijna voorgepiept.

Maar na het hapje slappe pesto-paste ben ik klaar om echt wat te eten. Ik neem afscheid van de wachtrij van Gad en ga naar buiten om een plekje te vinden. Wonderwel zijn er bankjes in de winkelstraat, een van de weinigen in de stad. Amper heb ik mijn maaltijd uitgespreid of er zit gelijk aan kat aan mijn voeten zielig naar me te kijken en een van zijn pootjes op mijn tas te leggen.

Ik doe braaf wat ik geleerd heb. De mannetjesleeuw eet als eerste. De rangorde moet wel duidelijk zijn. Terwijl mijn wrap richting zijn einde komt besluit ik toch een klein stukje op de grond te gooien voor het honigere beestje. Dat had ik niet moeten doen: hij kauwt en slikt het snel weg, maar wordt daarna wel erg opdringerig. Zo erg dat hij op een geven moment beide klauwen in mijn rechterbeen zit, dwars door mijn spijkerbroek heen, en zich vervolgens naar boven probeert te trekken. Auw! Wat moet ik nu doen, het best erg laten schrikken terwijl hij zijn klauwen diep in mijn ben heeft is misschien ook niet het beste idee. Ik wuif naar zijn neus en enkele momenten later laat het beestje los. Mijn been zit inmiddels wel vol bloederige gaatjes. Hopelijk geen straatkat met enge ziektes. En, mijn mannetjesleeuw-act is duidelijk nog aan verbetering toe.

Hoog tijd om terug naar het hostel te gaan. Ik rammel met de lift weer naar boven en probeer mijn stervende mobiel op te laden met mijn nieuwe USB lader: maar helaas. De stekker valt iedere keer uit het stopcontact en ook als ik hem er met de hand in hou, werkt het niet. Na wat controleren blijkt het aan mijn snoer te liggen: die heeft het begeven. Hup: gelijk maar weer naar buiten toe om door te winkelen. Mobiels zijn toch wel extreem handig, zeker als ze je nog gaan bellen voor je bagage.

Gelukkig snel geslaagd. Inmiddels is mijn relatie met de liftwacht gegroeid: hij groet mij voorzichtig als ik hem ‘salaam’ en laat me zonder protesteren aan de lift morrelen. Als ik mijn dorstige mobiel blij zuigend aan het electriciteitsnet gelegd raak ik in gesprek met Oliver, een Duitser van in de 50 die fietskriebels heeft gekregen en nu een sabbatical van 9 maanden heeft genomen om van Duitsland naar Kaapstad te fietsen. Pfoe, dat is nogal wat, zeker die paar dagen alleen maar woestijn in zuid-Egypte lijken me erg pittig. Maar we wisselen wat fiets-en-reisverhalen uit en voordat ik het weet is het al weer bijna middernacht. Tijd om te gaan slapen!

Related stories

?>